|
8
|
|||||
| Dit is eigenlijk een qua vorm traditionele roman. Ogenschijnlijk ook een oorlogsroman, over de Eerste Wereldoorlog. Maar goed lezend, zie je dat er meer speelt. John Patterson en Martin Bromley, resp. 19 en 17 jaar oud, zijn zoogbroers. Johns moeder stierf bij zijn geboorte en Martins moeder verloor haar zoontje Matthew, dus zoogde zij John. Daardoor ziet John haar tot het einde toe als zijn 'surrogaatmoeder'. Martin is zijn beste vriend, hoe verschillend ze ook zijn. Als de Eerste Wereldoorlog uitbreekt staan beide vrienden tegenover elkaar. Martin wil de oorlog in, al is hij te jong, John wil dat niet en wordt beschouwd als een lafaard. Wat volgt is een beschrijving van de ervaringen van de Engelsen in die periode. De bombardementen, dood en verderf, keuzes die gemaakt moeten worden, verdriet en eenzaamheid leiden tot grote verschillen van mening. Als John uiteindelijk toch in de oorlog belandt, is dat uitsluitend om te achterhalen hoe zijn boezemvriend om het leven is gekomen en hoe dat bericht zo subtiel mogelijk bij diens moeder over te brengen. Eigenlijk bestaat de roman uit twee delen, waarvan het tweede deel ingrijpender is dan het eerste, maar de manier waarop Brijs de dilemma's tussen moed of lafheid, vriendschap of vijandschap, liefde of tomeloos verlangen beschrijft, is van een subtiliteit die mij het boek in ieder geval zeer geboeid deed uitlezen. | |||||
|
|
8
|
|||||
| Een drieluik, met vaart en kennelijk plezier geschreven is deze roman, die dus ook leest als een trein. Stiefmoeder Claire krijgt een prijs, als beroemd quiltmaakster, maar vlak voordat ze daarnaartoe afreist, krijgt ze een knetterende ruzie met haar man Axel. Je voelt wel aan waarover het gaat, maar helemaal benoemd wordt de oorzaak niet. Axel, wiens verhaal we in het tweede deel horen, vertelt zijn kant van deze ruzie, waardoor nog duidelijker wordt waar het misverstand zit. Josephine, de dochter van Axel en stiefdochter van Claire, vertelt haar eigen beleving in het derde deel. Uiteindelijk lijkt een soort van happy end te ontstaan, geheel nieuw voor Dorrestein, maar zoals ik al zei, door de snelheid van en het kennelijke plezier in het schrijven van het verhaal, is dat geen enkel probleem. | |||||
|
|
7
|
|||||
| Een jonge vrouw, dokter net zoals haar grootvader, probeert het leven van die grootvader te ontrafelen. Met hulp van een vriendin gaat ze op reis om jonge kinderen in te enten en tegelijkertijd op zoek naar de laatste tocht van haar grootvader. Langzaam ontspint zich dat verhaal, dat zich afspeelt tegen de achtergrond van oorlog en geweld in de Balkan. Met magische en surrealistische scènes die ook de titel van het boek verklaren, maar vooral de treurnis van de situatie daar laten zien. | |||||
|
|
5
|
|||||
| Dan koop ik weer eens een Allende, omdat ik denk dat ik ze toch allemaal gelezen moet hebben, word je toch weer teleurgesteld. Dat is raar, want je leest het eigenlijk in een adem uit. Maar als je je dan realiseert welke onwaarschijnlijkheden hier gecombineerd worden met de realiteit van drugsverslaving, alcoholisme, nihilisme, jongerenproblematiek, dan zie je toch dat het wel erg uitgezocht is allemaal. Een soort namaakthriller, met hier en daar een wezenlijk element, dit alles gekruid met de Chileense problematiek, nee, eigenlijk is het niet het verhaal dat ik graag lees. Misschien moet dit de laatste roman van mevrouw Allende dan maar zijn. Of ze moet een echte kinderboekenschrijfster worden. | |||||
|
|
8
|
|||||
| Aminata Diallo is zes jaar als ze in Bayo, Afrika, door slavenhandelaren wordt ontvoerd en meegesleept wordt op een dramatische levensreis. Haar moeder en vader worden vermoord, maar hebben haar een opmerkelijke opvoeding gegeven tot dan toe. Ze kan lezen en schrijven en 'baby's halen' en die mogelijkheden komen haar elke keer weer erg goed uit. Ze is slavin, ontsnapt, trouwt, verliest haar kinderen en haar man, gaat naar New York, naar Nova Skotia, terug naar Afrika en uiteindelijk belandt ze in Londen waar ze samen met de abolitionisten werkt aan het beëindigen van de slavenhandel in de wereld. Het lijkt soms een beetje op De negerhut van oom Tom, maar dan voor volwassenen. Bovendien moderner, intelligenter (als ik het zeggen mag) en gedrevener geschreven. Je legt dit boek niet zo maar aan de kant, hoewel je er niet vrolijk van wordt. | |||||
|
|
7
|
|||||
| Deze roman beschrijft de psychologische strijd tussen twee vrouwen over een baby. De baby zelf is inmiddels een 35-jarige vrouw die zojuist haar 'moeder' heeft verloren bij een - zoals later blijkt - enigszins raadselachtig ongeluk. Door middel van brieven die ze na de dood van haar moeder ontvangt, krijgt ze langzaam maar zeker de hele voorgeschiedenis voorgeschoteld. Louis, ooit de vriend van de moeder van de baby, de vertrouweling, zorgt voor de brieven, maar ook brieven van beide vrouwen zijn onderdeel van deze roman. Het is wat merkwaardig, je leest in een ruk door, terwijl je toch al snel voelt aankomen hoe het in elkaar zit. Dat heeft te maken met de soepele schrijfstijl van Grémillon, maar ook met de perspectiefwisseling, waardoor je steeds de gevoelens en gedachten van verschillende hoofdpersonen en natuurlijk met name van de beide moeders ziet. Het wordt moeilijk te kiezen voor een van de vrouwen in ieder geval. Het einde van de roman vond ik wat onbevredigend (en ook de layout beviel me niet) en er zitten wat losse eindjes in, maar al met al de moeite van het lezen zeker waard. | |||||
|
|
7
|
|||||
| Dit zijn verschillende verhalen, althans ze gaan over verschillende personen, die allemaal te maken hebben met hun relatie met een internationale krant in Rome. Het zijn de belevenissen en ervaringen, emotioneel en rationeel, persoonlijk en zakelijk van verslaggevers, journalisten, redacteuren, managers en soms hun partner, die te maken hebben met de krant. Vermoedelijk een herkenbare roman, want een roman is het uiteindelijk wel ondanks de verhalenstructuur, voor mensen die in de journalistiek werken. Voor een buitenstaander is het een prettig lezende, vermakelijke en intelligente roman. | |||||
|
|
8
|
|||||
| In een asielzoekerscentrum in Engeland leeft Kleine Bij uit Negeria, zestien jaar oud. Ze wordt min of meer tegen haar zin illegaal vrijgelaten en gaat op zoek naar een man en vrouw die ze twee jaar eerder in Afrika heeft ontmoet op een strand. Daar vond een afschuwelijke gebeurtenis plaats, die aanleiding was voor Kleine Bij om te vluchten en aanleiding was voor Sarah en Andrew O'Rourke om terug te keren naar Engeland met een gigantisch probleem. De twee vrouwen, Sarah en Kleine Bij hebben ieder hun verhaal (moderne Westerse problematiek en eeuwige politieke problematiek uit Afrika) en die verhalen combineert Cleave tot een mooie roman, die je ademloos uitleest. De keuzes die gemaakt moeten worden zetten je aan het denken over recht, onrecht, schuld, verdriet en dood. Zeer de moeite waard. | |||||
|
|
7
|
|||||
| Een aardige roman die je laat zitten met de vraag, zoals zo vaak: hoe zou ik dat hebben gedaan? Kern is de relatie tussen moeder Anna en dochter Trudy. Trudy is de dochter van een Joodse vader, die de oorlog niet overleeft. Haar moeder (wonend in Weimar, vlakbij Buchenwald dus), een niet-Joodse Duitse vrouw doet letterlijk alles om te overleven, met name voor haar dochter. Als ze uiteindelijk in Amerika zijn beland, ontstaat een merkwaardige relatie tussen de twee. Trudy is hoogleraar geschiedenis geworden, specialisatie Duitsland en gaat op onderzoek uit naar de achtergronden van haar moeder en naar haar eigen afkomst. De resultaten laten zich raden. Maar ik moet zeggen, het lezen is absoluut geen opgave en houdt je constant in spanning, ook al kun je de uitkomsten zien aankomen. | |||||
|
|
8
|
|||||
| Roland Oberstein, universitair docent economie en al jaren bezig aan een boek over de 'Economische Bubbel', raakt verstrikt in diverse (liefdes)relaties en wordt inderdaad met huid en haar verslonden, schuldig of niet schuldig. Enerzijds een tijdsbeeld van de moderne liefdesmarkt, voorzien van alle gemakken en ongemakken van de moderne social media, anderzijds een treurigstemmende visie op de menselijkheid. Cynisch, sarcastisch, ironisch, hilarisch soms, maar ook weer vol prachtige zinnen en waarheden die op een als langs de neus weg genoteerde wijze tot je doordringen. Van de man Oberstein word je niet blij, je zou hem af en toe door elkaar willen schudden, maar tegelijkertijd weet je dat niets zal helpen. | |||||
|